Begeleiding

Men kan voor begeleiding van kinderen en jeugdigen terecht in de
leeftijdscategorie van 0 tot 18 jaar. De begeleiding is meestal
kortdurend van aard, waarbij in 5 à 10 contacten het probleem kan
worden opgelost of zijn verbeterd. Bij de aanvang van de begeleiding
is het niet altijd nodig dat een onderzoek heeft plaatsgevonden.
In veel gevallen kan men direct met de begeleiding beginnen.
Wellicht is er al een onderzoek gedaan. Het is zeker de moeite waard
om eerder onderzoek mee te nemen in het voortraject. Indrukken en ideeën
over de aard en de achtergrond van de problematiek (hypotheses) kunnen aan
de hand van alle informatie bij elkaar worden vastgesteld.

Voor de volgende problematiek kan begeleiding worden geboden.

0-4 jaar

  • Zindelijkheidproblemen;
  • Eetproblemen;
  • Slaapproblemen;
  • Veel huilen;  
  • Angstig zijn;
  • Koppigheidproblematiek. 

4-12 jaar
Problematiek gerelateerd aan het schoolse functioneren

  • Concentratieproblemen;
  • Faalangst;
  • Werkhoudingsproblematiek;
  • Problemen met de aard of het niveau van de leerstof;
  • Problemen met de leerkracht;
  • Problemen in de omgang met andere kinderen (pesten, gepest worden, onzeker zijn, introvert zijn, bazig zijn, geen contact zoeken);
  • Gedragsproblemen op school (zich niet aan regels houden, niet willen werken of agressief gedrag vertonen ten opzichte van andere kinderen); 
  • Schoolfobie (niet naar school willen of durven);
  • Schooldepressie (psychische problematiek veroorzaakt door factoren op school).

Problematiek gerelateerd aan de thuissituatie

  • Verwerkingsproblemen rond scheiding van de ouders;
  • Strijd met ouders;
  • Strijd met broers en/of zussen;
  • Emotionele problematiek (boze buien, angstig zijn, dwangmatigheid, onzekerheid, piekeren);
  • Verwerkingsproblemen rond het overlijden van een dierbaar persoon;
  • Gedragsproblematiek (agressief gedrag, schelden, zich niet aan regels houden, overmatig discussiëren);    
  • Zindelijkheidsproblematiek (bedplassen of zindelijkheidsproblemen overdag);
  • Slaapproblemen;
  • Eetproblemen;
  • Psychosomatische klachten, zoals hoofdpijn en/of buikpijn of chronische vermoeidheid. 

12-18 jaar   
Problematiek gerelateerd aan het schoolse functioneren

  • Schoolkeuzeproblematiek;
  • Gebrek aan studievaardigheden (moeite hebben met huiswerk maken, niet kunnen plannen); 
  • Werkhoudingproblematiek (concentratieproblematiek, faalangst, motivatieproblematiek). 

Problematiek gerelateerd aan de thuissituatie:

  • Verwerkingsproblemen rond de scheiding van de ouders;
  • Strijd met de ouders;
  • Strijd met broers of zussen;
  • Communicatieproblematiek (moeilijk contact kunnen maken, veel discussiëren of moeilijkheden rond het maken van afspraken);

Problematiek op sociaal-emotioneel gebied:

  • Persoonlijke problematiek (onzekerheid, eenzaamheid, piekeren, identiteitsproblematiek, een negatief zelfbeeld of minderwaardigheidscomplex);  
  • Gedragsproblemen  (blowen, spijbelen, agressief gedrag, zich afzetten tegen);
  • Psychosomatische klachten, zoals hoofdpijn, buikpijn of chronische vermoeidheid; 
  • Passiviteit/lusteloosheid.


In de begeleiding wordt gebruik gemaakt van verschillende technieken. Enkele technieken zijn:

  • Gesprekstechnieken;
  • Technieken vanuit de beeldcommunicatie;
  • Gedragstherapeutische technieken;
  • Interactiebevorderende technieken.

Daarnaast zijn er trainingen, die meestal individueel plaatsvinden.
In het aanbod is opgenomen:

  • Een concentratietraining;
  • Een sociale vaardigheidstraining;
  • Een training gericht op het praten over persoonlijke zaken, gevoelens en gedachten;
  • Een training gericht op het verbeteren van de studievaardigheden.  

Er kan sprake zijn van ouderbegeleiding, begeleiding van het kind of de jeugdige,  begeleiding van een leerkracht of een schoolteam.

Begeleiding van het kind of de jeugdige
De begeleidingscontacten met jonge kinderen zijn vaak speels van aard. Als spelend en knutselend komen bepaalde zaken aan de orde. Bij kinderen in de leeftijd van de basisschool zijn de begeleidingscontacten vaak gericht op het verkrijgen van inzicht, het verbeteren van vaardigheden of het oefenen om anders (beter en efficiënter) met bepaalde zaken om te gaan. Dit gebeurt op een speelse en ongedwongen manier. Het kan zijn dat het nodig is dat de ouders of één van de ouders bij de begeleiding aanwezig is. Via praten, spelen, tekenen en knutselen kunnen moeilijke zaken doorgenomen worden en wordt er samen met het kind en eventueel de ouder gekeken naar mogelijkheden om de problematiek op te lossen of te verbeteren.

De meeste kinderen ervaren de begeleidingscontacten als zeer prettig. Zonder dat ze merken dat er aan een probleem gewerkt wordt kunnen op een gezellige en speelse manier goede resultaten worden bereikt. De begeleiding van een jeugdige is meer verbaal en de benadering is meer volwassen getint.       

Begeleiding van een leerkracht en eventueel schoolbezoek
Het kan zijn dat een leerkracht behoefte heeft aan nadere adviezen of ondersteuning om de aanbevelingen voortkomend uit een onderzoek nader in de praktijk te kunnen realiseren. Ook kan het zijn dat de problematiek van een kind of jeugdige, die begeleid wordt, zozeer te maken heeft met het schoolse functioneren dat een leerkracht hier een belangrijke rol bij speelt. Allerlei relevante zaken betreffende het schoolse functioneren van het kind of de jeugdige kunnen in de begeleiding aan de orde komen. Vaak wordt het functioneren van het kind of de jeugdige  op school verbeterd door een aangepaste didactische benadering, ondersteuning via een remedial teacher, het toepassen van trainingsprincipes of aanpassingen van organisatorische aard in de klas of in de school. De orthopedagoog kan de school bezoeken om te overleggen met de leerkracht en andere betrokkene en ook om, indien dit nodig is, een kind te observeren. Ook is het mogelijk dat de leerkracht voor overleg naar het praktijkadres van de orthopedagoog komt.

Ouderbegeleiding
Vaak hebben ouders behoefte aan adviezen om een kind of jeugdige op een juiste manier te begeleiden. Ouders kunnen in de begeleiding oefenen om bepaalde opvoedkundige of therapeutische technieken toe te passen. Via de ouderbegeleiding krijgt men heel concreet een richtinggevende steun in de rug. Zeker als het gaat om het evenwichtig laten verlopen van de gang van zaken in een gezin, het doorbreken van interactieproblematiek tussen ouders en kind of het consequent regels stellen is ouderbegeleiding een geschikte werkvorm.